Veelgebruikte termen
Radionuclide Een radioactief atoom dat straling uitzendt. In nucleaire geneesmiddelen worden radionucliden gebruikt voor diagnose of therapie. Bekende voorbeelden zijn lutetium-177, actinium-225 en lood-212.
Radiofarmacon Een geneesmiddel dat een radionuclide bevat. Het radionuclide is gekoppeld aan een molecuul dat zich gericht naar een bepaald weefsel of orgaan begeeft, bijvoorbeeld naar tumorcellen.
Nucleaire geneesmiddelen Geneesmiddelen die gebruik maken van radioactieve stoffen voor diagnose of behandeling. In de wetenschap wordt voor deze verzamelnaam ook vaak de term radionuclidetherapie gebruikt. Radiofarmaca zijn een vorm van nucleaire geneesmiddelen.
TRT ( Targeted Radionuclide Therapy) Gerichte radionuclidentherapie. Een behandelvorm waarbij een radionuclide via een targeting molecuul gericht wordt afgeleverd op ziekteweefsel, zoals een tumor, Pluvicto (lutetium-177-PSMA) is een bekend voorbeeld. De term radioligand therapie wordt ook vaak gebruikt om dit soort therapie te beschrijven (RLT, radioligand therapy). Naast TRT of RLT worden soms termen gebruikt waarbij ook het targeting molecuul wordt beschreven, dat is bijvoorbeeld het geval bij Petide Receptor Radionuclide Therapie (PRRT). TRT is de term die in de Nederlandse strategische onderzoeksagenda wordt gehanteerd en omvat alle vormen van gerichte radionuclidentherapie.
Theranostiek De combinatie van diagnostiek en therapie met hetzelfde molecuul, gelabeld met verschillende radionucliden. Het diagnostische radionuclide maakt beeldvorming mogelijk en laat zien of de tumor het doelwit tot expressie brengt. Het therapeutische radionuclide behandelt vervolgens diezelfde tumor gericht. Dit maakt gepersonaliseerde behandeling en gerichte patiƫntselectie mogelijk.
Dosimetrie Het meten en berekenen van de stralingsdosis die een patiƫnt ontvangt tijdens behandeling met een radionuclide. Goede dosimetrie maakt het mogelijk de behandeling te personaliseren en bijwerkingen te minimaliseren.